Naar inhoud

Home Nieuws Tewerkstelllingsbevorderende maatregelen: nieuwigheden vanaf 1 januari 2010

Terug naar het overzicht

09-03-10 Tewerkstelllingsbevorderende maatregelen: nieuwigheden vanaf 1 januari 2010

Eind vorig jaar werden verschillende nieuwe maatregelen aangekondigd en werden de basisregels ervan vastgelegd in de verschillende eindejaarswetten. Echter, deze maatregelen konden pas effectief uitwerking hebben van zodra de nodige uitvoeringsbesluiten gepubliceerd werden in het Belgisch Staatsblad. Dit is intussen gebeurd en in deze bijdrage geven we u dan ook graag een overzichtje van de belangrijkste nieuwigheden en betekenis ervan in de praktijk.

1. Tijdelijke aanpassing in de vermindering voor jongeren tot 31 december van het jaar waarin ze 18 jaar worden.

Jongeren, tot 31 december van het jaar waarin ze de leeftijd van 18 jaar bereiken, zijn niet onderworpen aan alle takken van de RSZ. Op de beperkte RSZ bijdragen die de betrokken werkgevers voor deze werknemers verschuldigd zijn, wordt hen al jaren een bijkomende forfaitaire vermindering van 1.000 euro per kwartaal (ifv effectieve prestaties) toegekend. Deze forfaitaire vermindering wordt tijdelijk, voor de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011, voor alle jongeren onder deze doelgroep, omgezet in een doelgroepvermindering die neerkomt op een volledige vrijstelling van basisbijdragen RSZ.

2. Aanpassing in de structurele vermindering voor werknemers met laag loon

In het kader van de structurele vermindering wordt werkgevers, die onderworpen zijn aan alle takken van de RSZ-wet, een vermindering toegekend op de basisbijdragen RSZ voor de werknemers die bij hen tewerkgesteld zijn en eveneens onderworpen zijn aan alle takken van de RSZ. Voor werknemers met een laag loon wordt in de structurele vermindering een ‘extra’ vermindering toegekend. Het is de bovengrens die bepalend is of een werknemer een laag loon heeft, die met ingang van 1 januari 2010 werd opgetrokken tot 6.030 euro (tot eind december 2009 bedroeg deze grens 5.870,71 euro). Dit betekent concreet dat de groep van werknemers met een laag loon enerzijds wordt uitgebreid voor deze regelgeving, anderzijds betekent dit dat de betrokken werknemers een hoger bedrag aan structurele vermindering zullen opleveren. Immers, het bedrag van de extra structurele vermindering daalt naargelang het loon hoger is (berekening met een formule).

3. Doelgroepvermindering voor mentors

Er werd een nieuwe doelgroepvermindering in het leven geroepen die uitwerking heeft sinds 1 januari 2010 en tot doel heeft werkgevers te stimuleren stages en opleiding te organiseren voor jongeren onder begeleiding van bekwame mentors en hen zo meer kansen te bieden bij hun intrede op de arbeidsmarkt.

3.1. toepassingsgebied

Alle werkgevers die onder het toepassingsgebied vallen van de RSZ reglementering komen in aanmerking voor deze maatregel voor zover zij werknemers tewerkstellen als ‘mentor’ binnen de onderneming. Als mentor wordt beschouwd, de werknemer die opleiding geeft en stages opvolgt voor de volgende doelgroep :

  • leerlingen of leerkrachten uit het voltijds secundair technisch en beroepsonderwijs of uit het deeltijds onderwijs,
  • werkzoekenden jonger dan 26 jaar die een beroepsopleiding volgen
  • cursisten jonger dan 26 jaar uit het volwassenenonderwijs
  • cursisten jonger dan 26 jaar die een door de bevoegde Gemeenschap erkende opleiding volgen.

Om als mentor te kunnen worden beschouwd moet de betrokken werknemer binnen de periode van een jaar minstens 400 uren begeleiding en stage geven aan maximaal 5 personen uit de doelgroep. Daarenboven moet de mentor kunnen aantonen dat hij hiervoor over de nodige kwalificaties beschikt. Enerzijds moet hij beschikken over minstens vijf jaar beroepservaring, anderzijds moet hij een van onderstaande getuigschriften kunnen voorleggen:

  • een getuigschrift uitgereikt door een onderwijs- of opleidingsverstrekker die door de Gemeenschap ingericht of erkend is, dat aantoont dat hij met succes een mentoropleiding heeft gevolgd;
  • een getuigschrift uitgereikt door de bevoegde Gemeenschap of door een bevoegde Gemeenschap erkende instantie dat aantoont dat hij geslaagd is in een beoordeling ter validatie van zijn competenties als mentor.

Voorbeelden van dergelijke getuigschriften:

  • een attest afgeleverd door een opleidingsfondsen binnen het betrokken paritair comité dat aantoont dat de betrokkene beschikt over de competenties van mentor
  • en een gelijkaardig attest afgeleverd door SYNTRA dat dezelfde competenties bewijst.

3.2. Formaliteiten

Om aanspraak te kunnen maken op de doelgroepvermindering moet de betrokken werkgever een overeenkomst afsluiten met:

  • één of meerdere onderwijs- of opleidingsinstellingen;
  • de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding;
  • een instelling voor volwassenenonderwijs.

In deze overeenkomst verbindt de werkgever zich ertoe onder begeleiding van een mentor stages of opleiding aan te bieden aan personen uit de doelgroep. Deze verbintenis wordt voorgelegd ter goedkeuring aan de FOD WASO, meerbepaald de Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt. Het is deze dienst die de overeenkomst zal goedkeuren of weigeren. Is aan alle voorwaarden voldaan dan maakt deze dienst de nodige gegevens over aan de RSZ waardoor de verminderingen zullen kunnen worden toegepast. De overeenkomst kan meermaals en met verschillende instellingen, maar telkens maximaal voor een periode van 12 maanden worden afgesloten. Bij een eventuele vernieuwing of verlenging zal de FOD WASO ook bewijs vragen dat de vroegere verbintenissen correct werden nagekomen. Is dit niet het geval, zal de werkgever geen aanspraak meer kunnen maken op de verminderingen.

3.3. Voordeel

De werkgever kan per mentor die aan de voorwaarden voldoet een RSZ werkgeversbijdragenvermindering ontvangen van 400 euro per kwartaal voor de duur van de overeenkomst.

3.4. Combinatie met vrijstelling 1/3 startbaanverplichting

De werkgevers die in aanmerking komen voor deze doelgroepvermindering komen mogelijks ook in aanmerking voor de gedeeltelijke vrijstelling van de startbaanverplichting die op 1 januari van kracht werd, met die nuance dat ze in het kader van deze vrijstelling enkel de jongeren mogen meetellen waarvoor stages en begeleiding wordt voorzien doch die niet arbeidsrechtelijk verbonden zijn met de werkgever. Zo kunnen leerlingen, waarvoor de betrokken werkgever aangifteverplichting heeft in het kader van de sociale zekerheidswetgeving niet worden meegerekend. Jongeren onder het stelsel van IBO komen dan weer wel in aanmerking.

4. Vermindering voor opleiders en begeleiders – herstructureringen

In tegenstelling tot de doelgroepvermindering voor mentors, is deze vermindering bestemd voor een zeer specifieke doelgroep.
Daarenboven is het een tijdelijke maatregel die afloopt op 31 december 2013.
Enerzijds kunnen slechts enkele specifieke groepen van werkgevers aanspraak maken op de voordelen. Anderzijds moeten de betrokken werknemers aan verschillende voorwaarden voldoen om op het voordeel recht te geven.

Als werkgevers komen in aanmerking:

  • de openbare dienst voor beroepsopleiding;
  • de regionale openbare dienst voor arbeidsbemiddeling;
  • sectorale opleidingsfondsen;
  • organismen waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het verstrekken van opleiding of begeleiding, op voorwaarde dat:
    • zij als dusdanig erkend zijn door de bevoegde openbare dienst, door de bevoegde Minister of door een sectoraal opleidingsfonds;
    • het werd opgericht als vzw;
    • de verstrekte opleidingen of begeleiding niet het voorwerp vormen van een commerciële activiteit.
  • een onderwijsinstelling erkend door de bevoegde gemeenschap.
     

De betrokken ‘opleider’ of ‘begeleider’ moet beschikken over een geldige verminderingskaart herstructureringen op het moment dat hij in dienst treedt en moet bovendien:

  • op het moment van zijn in dienst treden ofwel minstens 45 jaar oud zijn ofwel minstens 5 jaar beroepsverleden binnen de sector kunnen aantonen in de voorgaande 10 jaar
  • een hoofdactiviteit hebben die bestaat uit het verstrekken van opleiding of begeleiding van werkzoekenden.

4.2. formaliteiten

Ook voor deze maatregel gelden zeer specifieke formaliteiten. Een werkgever die tot de doelgroep behoort en van de voordelen van deze maatregel wil genieten, moet hiervoor een overeenkomst afsluiten met de minister van Werk, de zogenaamde opleidingsovereenkomst. In deze overeenkomst verbindt de betrokken werkgever zich ertoe het volume van aangeboden opleidingsuren te verhogen voor opleiders, hetzij het volume van gerealiseerde begeleidingsuren te verhogen voor begeleiders.

De aanvraag voor het sluiten van een opleidingsovereenkomst wordt gericht aan de Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt van de FOD WASO en bij de aanvraag worden een aantal verplichte documenten meegestuurd om aan te tonen dat men aan de voorwaarden voldoet. De overeenkomst zal steeds aanvangen op de eerste dag van een kwartaal en uiterlijk op 1 oktober 2011.
Behalve de info die bij aanvang van het dossier dient te worden overgemaakt om een opleidingsovereenkomst te kunnen afsluiten, dient de betrokken werkgever jaarlijks voor 1 november de nodige bijkomende info de bezorgen aan de Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt om aan te tonen dat zij nog steeds voldoen aan de verbintenissen zoals overeengekomen in de overeenkomst.

Is dit niet langer het geval dan wordt de overeenkomst beëindigd en zullen de voordelen niet langer toegekend worden.

4.3. Voordelen

a) ervaringsuitkering

Een werknemer die voldoet aan de voorwaarden gesteld in deze regelgeving geeft recht op een ervaringsuitkering van 1.100 euro per maand gedurende de maand van zijn aanwerving en de daaropvolgende 23 maanden. De werkgever mag de ervaringsuitkering in mindering brengen van het nettoloon van de betrokken werknemer waarna de werknemer dit bedrag recupereert via zijn uitbetalinginstelling op basis van een document dat de werkgever hem elke maand ter beschikking stelt (document C78 Ervaringsuitkering).

Bij de berekening van het concrete maandelijkse bedrag wordt volgende formule toegepast: het basisbedrag van 1.100 euro wordt vermenigvuldigd met de uren waarvoor in de betrokken maand loon verschuldigd is en wordt gedeeld door de wekelijkse arbeidsduur van de “maatman”  vermenigvuldigd met 4.

De ervaringsuitkering neemt in ieder geval een einde op het moment dat de overeenkomst tussen de werkgever en de minister van Werk, om welke reden dan ook, een einde neemt.

b) RSZ werkgeversbijdragenvermindering

Voor elke begeleider of opleider die aan de voorwaarden voldoet, ontvangt de werkgever een vermindering op de RSZ werkgeversbijdragen van 1.000 euro, voor een periode van 8 kwartalen, te rekenen vanaf het kwartaal van aanwerving.

Ook deze RSZ-vermindering zal slechts worden toegekend voor de periode tijdens dewelke de overeenkomst loopt.
 

Bron:
Koninklijk besluit van 3 februari 2010 tot wijziging van het KB van 16 mei 2003 tot uitvoering van hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 dec. 2002 (I), BS 16 februari 2010;
Koninklijk besluit van 3 februari 2010 tot bevordering van de tewerkstelling van werkzoekenden ontslagen in het kader van een herstructurering, ten behoeve van onderwijs- en opleidingsinstellingen en openbare bemiddelingsdiensten;
Koninklijk besluit van 3 februari 2010 ter versterking van de bijdragenverminderingen in tijden van crsis tot wijziging van het KB van 16 mei 2003 tot uitvoering van hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 dec. 2002 (I), BS 16 februari 2010;

Wat Acerta voor u kan doen!
Profiel
HR GPS
Talent Twister
Nieuws
Events
Opleidingen
Kennisbank
Documenten
Publicaties
Onderzoeken
Tools
Brochures
Diensten
HR Services
HR BPO
Payroll Services
Social Profit
Public
Acerta Internationaal
Extra's
HR Blog
Interviews
Web Specials
HR TV
Over Acerta
Mijn profiel