06-07-11 Belastingsvrije schijf opzeggingsvergoedingen
Een deel van het loon van een werknemer die zijn opzeggingstermijn presteert of een deel van de verbrekingsvergoeding van een ontslagen werknemer, zal vanaf 1 januari 2012 vrijgesteld worden van belastingen.
Dit zal het geval zijn voor zover de werknemer tewerkgesteld was met een contract van onbepaalde duur die beëindigd werd door de werkgever. Deze vrijstelling krijgt hij niet als hij werd ontslagen tijdens zijn proeftermijn, met het oog op (brug)pensioen, of omwille van dringende reden.
Deze belastingsvrije schijf bedraagt 425 euro. Geïndexeerd is dit 600 euro. Vanaf 1 januari 2014 wordt dit 850 euro ofwel, geïndexeerd, 1.200 euro.
Deze bedragen zijn maxima: tijdens eenzelfde belastbaar tijdperk, kan een werknemer maar de vrijstelling van dit bedrag krijgen. Deze bedragen zijn gekoppeld aan de beëindiging van één arbeidsovereenkomst. Ontvangt een werknemer een hoger bedrag tijdens zijn opzeggingstermijn of als verbrekingsvergoeding, dan is het bedrag boven deze schijf wel onderworpen aan belastingen.
De vrijstelling wordt per belastbaar tijdperk bij voorrang toegepast op de uit hoofde van of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid tijdens de opzegtermijn verkregen bezoldigingen.
Bron:
Wet van 19 juni 2011 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat de werkbonus en de opzeggingsvergoeding betreft, B.S. 28 juni 2011, bl. 37571 en Erratum, B.S. 6 juli 2011 bl. 38568.





