HR Blog
Weblog van Karel Plasman, ceo van Acerta
Van nature ben ik iemand die elke verandering aanvaardt als een uitdaging. Dat betekent dat je niet naïef moet zijn en je ogen moet sluiten voor wat er allemaal op ons af komt. Neem bijvoorbeeld de demografische evolutie. Amper een jaar geleden publiceerden Acerta en de K.U.Leuven een studie over de vergrijzing, waaruit duidelijk bleek dat we straks meer uittredenden dan intredenden in het arbeidscircuit zullen kennen. Het discours van toen, waaraan politici en bedrijven ook deelnamen, is tot op vandaag nog steeds niet
vertaald in daden. Daarenboven staat er een nieuwe generatie klaar, de kinderen van onze kinderen zeg maar, die de voortschrijdende internetrevolutie ervaren heeft als een ‘way of life’. Die zogenaamde A‐generatie zit niet meer te wachten op een brief in de bus, maar handelt al zijn verrichtingen elektronisch af. Ook hier staat de dienstensector, en bij uitbreiding de overheid, voor een immense uitdaging.
Sinds de generatie babyboomers – waartoe wij nog net behoren – is de bevolking het gewend om in luxe te leven. De generatie die er nu aankomt, heeft die luxe ook omgezet in individualisme. Het drama is echter dat er straks ‐ in de oude geïndustrialiseerde wereld ‐ steeds minder groei per capita zal zijn. Er staat m.a.w. een generatie op de drempel die voor de eerste keer in de geschiedenis het slechter zal hebben dan de generatie daarvoor. Die generatie is misschien individueler ingesteld, maar belandt in een wereld, waarin we elkaar steeds meer nodig hebben om de uitdagingen van de toekomst het hoofd te bieden. Je mag je dus verwachten aan een
nieuwe brede generatiekloof. Het zullen niet meer de kinderen zijn die zich afzetten tegen de ouders, maar twee generaties die elk een eigen manier van leven en denken hebben. Voeg daarbij dat de oudere populatie door zijn numerieke meerderheid grotendeels op het regeringsbeleid gaat wegen en je staat voor een situatie, die haar gelijke nooit heeft gehad.
Ook op ecologisch vlak zie ik een hele omwenteling. We worden misschien met zijn allen wat groener en zijn er ons van bewust dat onze ecologische ‘voetafdruk’ moet worden ingeperkt, maar ons miliebewustzijn is berekend. Volgens mij gaan we lang niet ver genoeg in ons milieubewustzijn en opnieuw vraag ik me af of we bereid zijn het met z’n allen met minder te doen?
Of het nu gaat om milieu of vergrijzing, de echte aardverschuiving situeert zich, volgens mij op het geopolitieke front. De geschiedenis heeft ons geleerd dat bepaalde ‘breekpunten’ in de evolutie pas later worden erkend als de aanvang van een nieuw 'tijdperk’. Wat mij betreft spreken we straks over het tijdperk van de democratische oude wereld, die steeds minder macht kreeg en daardoor enorme barsten ging vertonen. Niemand in China, in Indië of het Midden‐Oosten zit straks te wachten op de wijsheid die wij denken in pacht te hebben. De democratie, zoals wij die beleven, is voor deze mensen ook niet meer dan een bepaald begrip, waarvan zij tot nog toe alleen maar nadelige gevolgen hebben gehad. Volgens mij krijg je binnen afzienbare tijd een gigantische machtsverschuiving zowel op economisch als op politiek vlak: van de V.S. en Europa naar het Oosten op korte termijn en naar landen als Brazilië op langere termijn. Die stelling geldt trouwens ook voor de demografie en het milieu: vergrijzing is een Europees fenomeen, waarvan de ‘nieuwe wereldmachten’ nog niet wakker liggen en er blijft een groot deel van de wereldbevolking zitten met een economische achterstand
en dat deel is nog niet zo ver dat het zijn ecologische ‘footprint’ in de gaten houdt. Al deze bewegingen zijn misschien structureel/economisch nog te verklaren, maar wat we naar mijn idee onderschatten, is de invloed van de crisis. De crisis werkt hier als
catalysator en versnelt deze op gang zijnde evoluties. De crisis zet deze bewegingen abrupt neer en plaatst ze in een bepaald kader bovenop de al op gang zijnde evoluties. Zo zullen bijvoorbeeld een aantal industrieën terugvallen op een tot nu toe ongekend
niveau en nooit hersteld worden in hun oorspronkelijke staat. Dat is al in zekere mate het geval voor de autoindustrie en zijn leveranciers, voor de staal‐ en de textielindustrie. Eens dit punt bereikt, kan je niet meer terug. Je hoort ook veel ondernemers in België zeggen : “Als ik moet ondernemen, waar ga ik het dan doen?” Deze vraag ligt echt open. Het is al lang niet meer zo dat we ons onder de kerktoren moeten vestigen. Al deze tendensen zullen het ondernemen drastisch veranderen.
23 Dec. 2009







